Hogrefe Testsystem 4
 
  Handleiding   Kenmerken   Voorbeelden  

NEO-PI-R ē Persoonlijkheidsvragenlijst


Nederlandse bewerking: H.A. Hoekstra, J. Ormel, F. de Fruyt
Hogrefe Uitgevers, Amsterdam

Overzicht

De test

De Nederlandstalige NEO-PI-R persoonlijkheidsvragenlijst is een geautoriseerde vertaling van de in 1992 uitgekomen revisie van de NEO Personality Inventory van Costa & McCrae. De NEO-PI-R meet de vijf belangrijkste domeinen van de persoonlijkheid bij volwassenen en dertig onderliggende facetten. Met de 240 items van de NEO-PI-R is een veelomvattende beoordeling van de persoonlijkheid bij volwassenen mogelijk.

Beschrijving van de schaal en andere kenmerken

De NEO-PI-R bestaat uit de volgende vijf domeinen en dertig facetten

Normgegevens zijn met deze items verzameld
Normgegevens zijn berekend
Afgeleide/berekende score
(x)Bij missing values:
(0) deze negeren
(1) regressiemethode voor schatting gebruiken
(2) mediane antwoord gebruiken
(3) gedefinieerde waarde gebruiken
Kenmerken Standaard
Neuroticisme      
N1 Angst (1)
N2 Ergernis (1)
N3 Depressie (1)
N4 Schaamte (1)
N5 Impulsiviteit (1)
N6 Kwetsbaarheid (1)
Extraversie      
E1 Hartelijkheid (1)
E2 Sociabiliteit (1)
E3 Dominantie (1)
E4 Energie (1)
E5 Avonturisme (1)
E6 Vrolijkheid (1)
Openheid      
O1 Fantasie (1)
O2 Esthetiek (1)
O3 Gevoelens (1)
O4 Verandering (1)
O5 IdeeŽn (1)
O6 Waarden (1)
AltruÔsme      
A1 Vertrouwen (1)
A2 Oprechtheid (1)
A3 Zorgzaamheid (1)
A4 Inschikkelijkheid (1)
A5 Bescheidenheid (1)
A6 Medeleven (1)
ConsciŽntieusheid      
C1 Doelmatigheid (1)
C2 Ordelijkheid (1)
C3 Betrouwbaarheid (1)
C4 Ambitie (1)
C5 Zelfdiscipline (1)
C6 Bedachtzaamheid (1)

Gebruiksmogelijkheden

De NEO-PI-R kan worden gebruikt om uitspraken over de individuele persoonlijkheid te kunnen doen en wel in termen van de Big Five-persoonlijkheidsdimensies en de onderliggende eigenschappen. Dit gebeurt meestal met het oogmerk de informatie over persoonlijkheidsaspecten mee te laten wegen bij beslissingen aangaande de persoon, bijvoorbeeld bij behandeling van patiŽnten, bij selectie voor arbeidsplaatsen, bij de bepaling van geschiktheid voor individuele ontwikkelingsprogramma's en dergelijke. Daarnaast ligt gebruik voor researchdoeleinden voor de hand. Zo is de NEO-PI-R doordat deze in veel talen beschikbaar is, bijvoorbeeld zeer geschikt voor internationaal vergelijkende studies.

Normen

Op grond van het bevolkingsonderzoek uit 1999 zijn er normgroepen voor mannen en vrouwen en voor drie leeftijdsgroepen. De sekse- en de leeftijdsnormen zijn zowel op domeinniveau als op facetniveau beschikbaar. De normgroep is een afspiegeling van de Nederlandse en Vlaamse bevolking. De steekproeven uit de Vlaamse en de Nederlandse bevolking werden voor deze normering bij elkaar gevoegd, omdat er geen verschillen tussen deze beide populaties verwacht werden. Bij controle van deze vooronderstelling bleek echter dat er in de populatiesteekproef ten aanzien van het Neuroticisme domein wel verschil gevonden werd. Dit houdt in dat wij de gebruiker met betrekking tot de N-schalen gesplitste normen voor Nederland en Vlaanderen aanbieden.
Voor de testsituatie waarin mensen worden geselecteerd is omvangrijk onderzoek gedaan. Geslachtsnormen zijn op domein- en facetniveau beschikbaar, evenals de hier relevante opleidingsnormen. Bij de opleidingsnormen is een splitsing gemaakt in lagere en hogere opleidingen. Vanwege de geringe verschillen zijn voor leeftijdsgroepen (jonger dan 30 jaar, 30-40 en ouder dan 40 jaar) geen aparte normen gemaakt.
Voor begeleidingssituaties zijn uit hetzelfde onderzoek normen afgeleid voor mannen en vrouwen. In de begeleidingsgroep is geen onderscheid gemaakt naar opleidingsniveau of naar leeftijd.

Norm Standaard
Bevolking Nederland en Vlaanderen, Mannen en Vrouwen
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 674
Bevolking Nederland en Vlaanderen, naar geslacht
Leeftijdsgroepen Vrouwen Mannen
Geen specifieke invoerwijze Geen specifieke invoerwijze
tot 80 jr. N = 350 N = 324
Bevolking Vlaanderen, Mannen en Vrouwen
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 205 - 674
Bevolking Nederland, Mannen en Vrouwen
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 469 - 674
Bevolking Nederland en Vlaanderen, naar leeftijd
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 29;11 jr. N = 141
van 29;11 tot 49;11 jr. N = 294
van 50 tot 80 jr. N = 237
Selectie, naar geslacht
Leeftijdsgroepen Vrouwen Mannen
Geen specifieke invoerwijze Geen specifieke invoerwijze
tot 80 jr. N = 1557 N = 3321
Selectie, Mannen en Vrouwen
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 4881
Selectie, Lager opgeleiden
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 1429
Selectie, Hoger opgeleiden
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 1767
Begeleiding, naar geslacht
Leeftijdsgroepen Vrouwen Mannen
Geen specifieke invoerwijze Geen specifieke invoerwijze
tot 80 jr. N = 210 N = 443
Begeleiding, Mannen en Vrouwen
Leeftijdsgroepen Niet sekse of invoerwijze specifiek
tot 80 jr. N = 653

Psychometrische eigenschappen

De psychometrische gegevens zijn gebaseerd op studies die tot 1996 zijn uitgevoerd.

Betrouwbaarheid

De interne consistentie (Cronbachīs alpha) van de Nederlandse bewerking van de NEO-PI-R is goed. Voor de domeinschalen lopen de waarden van .86 tot en met .92. Voor de facetschalen liggen veel waarden rond de .80 en een aantal varieert rond de .70. Omdat iedere facetschaal slechts acht items telt zijn deze waarden volgens verwachting lager dan bij de domeinschalen die uit 48 items bestaan.

Validiteit

Er zijn diversie studies verricht naar de begripsvaliditeit van de NEO-PI-R. Door factoranalyses werd de interne structuur van vijf domeinen bevestigd. Onderzoek naar de onderlinge relaties tussen de domeinschalen laten een bevredigend beeld zien inzake de onafhankelijkheid van de domeinschalen. In diverse studies zijn relaties tussen de NEO-PI-R-schalen en andere instrumenten onderzocht. Convergente en divergente validiteit werd aangetoond. Voor een compleet overzicht van deze studies verwijzen wij naar de handleiding.

Verwerkingstijd

Versie test Afnameduur ca. Aantal items
Standaard 35.00 min 240
De getoonde tijden hebben betrekking op de totale testafname inclusief instructie.

De NEO-PI-R kent geen tijdslimiet. De gemiddelde afnameduur is gebaseerd op de aanname dat respondenten niet te lang over vragen nadenken maar zo spontaan mogelijk reageren.

Referenties

De belangrijkste literatuurverwijzingen volgen hieronder. Voor een compleet overzicht verwijzen wij naar de handleiding.

Costa, P.T., Jr. (1991). Clinical use of the five-factor model: An introduction. Journal of Personality Assessment, 57, 393-398.

Costa, P.T., & McCrae, R.R. (1976). Age differences in personality structure: A cluster analytic approach. Journal of Gereontology, 31, 564-570.

Costa, P.T. Jr., & McCrae, R.R. (1980). Influence of extraversion and neuroticism on subjective well-being: Happy and unhappy people. Journal of Personality and Social Psychology, 38, 668-678.

Costa, P.T. Jr., & McCrae, R.R. (1984). Personality as a lifelong determinant of well-being. In C. Malatesta and C. Izard (Eds.), Affective processes in adult development and aging (pp. 141-157). Beverley Hills, CA: Sage.

Costa, P.T., Jr. & McCrae, R.R. (1985). The NEO Personality Inventory Manual. Odessa, Florida: Psychological Assessment Resources Inc.

Costa, P.T. Jr., & McCrae, R.R. (1990). Personality disorders and the five-factor model of personality. Journal of Personality Disorders, 4, 362-371.

Costa, P.T., Jr., & McCrae, R.R. (1992). Revised NEO Personality Inventory (NEO-PI-R) and the Five Factor Inventory (NEO-FFI): Professional Manual,  Odessa, Florida: Psychological Assessment Resources Inc.

Costa, P. T., & McCrae, R. R. (1994). Stability and change in personality from adolescence through adulthood. In C. F. Halverson, Jr., G. A. Kohnstamm, & R. P. Martin (Eds.), The developing structure of temperament and personality from infancy to adulthood (pp. 139-150). Hillsdale, NJ: Erlbaum.

Costa, P.T. & McCrae, R.R. (1995). Solid grounds in the wetlands of personality: a reply to Block. Psychological Bulletin, 117,  216-220.

Costa, P.T., McCrae, R.R., & Dembroski, T.M. (1989). Agreeableness versus antagonism: explication of a potential risk factor for CHD. In A. Siegman & T.M. Dembroski (Eds.), In search of coronary prone behavior: Beyond Type A (pp. 41-63). Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Ass.

Costa, P.T., McCrae, R.R., & Dye, D.A. (1991). Facet scales for Agreeableness and Conscientiousness: A revision of the NEO Personality Inventory. Personality and Individual Differences, 12, 887-898.

Costa, P.T., McCrae, R.R., & Holland, J.L. (1984). Personality and vocational interests in an adult sample. Journal of Applied Psychology, 69, 390-400.

Costa, P.T., Jr., McCrae, R.R., & Kay, G.G. (1995). Persons, places, and personality: career assessment using the Revised NEO Personality Inventory. Journal of Career Assessment, 3, 123-139.

Costa, P.T. Jr., Herbst, J.H., McCrae, R.R. & Siegler, I.C. (2000). Personality at midlife: stability, intrinsic maturation and response to life events. Assessment, 7, 365-378.

Costa, P.T., Jr., & Widiger, T.A. (1994, 2002). Personality disorders and the five-factor model of Personality. Washington, DC: American Psychological Association.

De Fruyt, F. (1995). Personality and vocational interests: relationship between the Five-Factor model of personality and Holland's RIASEC typology. Unpublished doctoral dissertation, University of Ghent, Ghent, Belgium.

De Fruyt, F., & Mervielde, I. (1999). RIASEC types and Big Five traits as predictors of employment status and nature of employment. Personnel Psychology, 52 (3), 701-727.

De Fruyt, F., & Furnham, A. (2000). Advances in the assessment of the Five-Factor Model. Psychologica Belgica, 40, 51-75.

De Fruyt, F. (2002). A person-centred approach to P-E fit questions using a multiple trait model. Journal of Vocational Behavior, 60, 73-90.

De Fruyt, F., & Mervielde, I. (1996). Personality and interests as predictors of educational streaming and achievement. European Journal of Personality, 10, 405-425.

De Fruyt, F., & Mervielde, I. (1997). The Five-Factor model of personality and Holland's RIASEC interest types. Personality and Individual Differences, 1, 87-103.

De Fruyt, F., & Mervielde, I. (1998). The assessment of the Big Five in the Dutch language domain. Psychologica Belgica, 38, 1-22.

De Fruyt, F., & Mervielde, I. (1999). RIASEC types and Big Five traits as predictors of employment status and nature of employment. Personnel Psychology, 52, 701-727.

De Fruyt, F., Mervielde, I., Hoekstra, H. A., & Rolland, J.P. (2000). Assessing adolescentsí personality with the NEO-PI-R. Assessment, 7, 329-345.

De Raad, B. (1992). The replicability of the Big Five dimensions in three wordclasses of the Dutch language. European Journal of Personality, 6, 15-30.

Hoekstra, H.A. (1983). Illusies en welbevinden. Gedrag, 11, 310-322.

Hoekstra, H.A. (1986). Cognition and Affect in the appraisal of events. Dissertatie Rijksuniversiteit Groningen, Groningen, RUG.

Hoekstra, H.A. (1995). Managementselectie via simulaties: de methodologie van het assessment center. In F.J.R.C. Dochy & T.R. de Rijke (Red.), Assessment Centers: Nieuwe toepassingen in opleiding, onderwijs en HRM (p. 53-72). Utrecht, Lemma.

Hoekstra, H.A. (1996). Wanted: most desirable personality at work. Paper presented at the 8th European Conference on personality, Gent, 1996.

Hoekstra, H.A. (2002). Competenties zijn contructen: over de psychologie van competenties. Gedrag en Organisatie, 15, 1, 29-35.

Hoekstra, H.A. & De Fruyt, F. (1999). Bevolkingsnormen NEO-PI-R persoonlijkheids-vragenlijst. Lisse, Swets Test Publishers.

Hoekstra, H.A., Ormel, J. & de Fruyt, F. (1996). Handleiding NEO persoonlijkheids-vragenlijsten NEO-PI-R en NEO-FFI. Lisse, Swets Test Services.

Hofstee, W.K.B., & De Raad, B. (1991). Persoonlijkheidsstructuur: de AB5C taxonomie van Nederlandse eigenschapstermen. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 46, 262-274.

Hofstee, W.K.B., De Raad, B., & Goldberg. L.R. (1992). Integration of the Big Five and circumplex approaches to trait structure. Journal of Personality and Social Psychology, 63, 146-163.

McCrae, R.R. (1994). Openness to experience: expanding the boundaries of Factor V. European Journal of Personality, 8, 4, 251-272.

McCrae, R.R. & Costa, P.T. Jr (1983). Social Desirability Scales- more substance than style. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 51(6), 882-888.

McCrae, R.R. & Costa, P.T. Jr. (1986). Clinical assessment can benefit from recent advances in personality psychology. American Psychologist, 41, 1001-10.

McCrae, R.R., & Costa, P.T. Jr. (1987). Validation of the five-factor model of personality across instruments and observers. Journal of Personality and Social Psychology, 52, 81-90.

McCrae, R.R., & Costa, P.T. Jr. (1989). The structure of interpersonal traits: Wiggins' circumplex and the five-factor model. Journal of Personality and Social Psychology, 56, 586-595.

McCrae, R.R. & Costa, P.T. Jr. (1990). Personality in adulthood. New York: The Guilford Press.

McCrae, R.R. & Costa, P.T. Jr. (1991). The NEO Personality Inventory: Using the five-factor model in counseling. Journal of Counseling and Development, 69, 367-372, 375-376.

McCrae, R.R. & Costa, P.T. Jr. (1997). Conceptions and correlates of Openness to Experience. In R. Hogan, J. Johnson & S. Briggs (Eds.) Handbook of personality psychology. (pp. 825-847). Academic Press, San Diego.

McCrae, R.R., Costa, P.T. Jr., & Busch, C.M. (1986). Evaluating comprehensiveness in personality systems: The California Q-set and the five-factor model. Journal of Personality, 54, 430-446.

McCrae, R..R., Costa, P. T. Jr., de Lima, M. P., Simoes, A., Ostendorf, F., Angleitner, A., Marusic, I., Bratko, D., Caprara, G. V., Barbaranelli, C., Chae, J.-H., & Piedmont, R. L. (1999). Age differences in personality across the adult life span: parallels in five cultures. Developmental Psychology, 35, 466-477.

McCrae, R.R., Costa, P. T. Jr., Ostendorf, F., Angleitner, A., Hrebickova, M., Avia, M. D., Sanz, J., Sanchez-Bernardos, M. L., Kusdil, M. E., Woodfield, R., & Saunders, P. R. (2000). Nature over nurture: Temperament, personality and lifespan development. Journal of Personality and Social Psychology, 78, 173-186.

McCrae, R. R., Costa, P. T. Jr., Terraciano, A., Parker, W. L., Mills, C. J., De Fruyt, F., & Mervielde, I. (in press). Personality trait development in adolescence: Longitudinal, cross-sectional, and cross-cultural analyses. Journal of Personality and Social Psychology.

McCrae, R.R., & John, O.P. (1992). An introduction to the five-factor model and its applications. Journal of Personality, 60, 175-215.

McHenry, J.J., Hough, L.M., Toquam, J.L., Hanson, M.A., & Ashworth, S. (1990). Project A validity results: The relationship between predictor and criterion domains. Personnel Psychology, 43, 335-354.

Mervielde, I. (1992). The B5BBS-25: A Flemish set of bipolar markers for the Big Five personality factors. Psychologica Belgica, 32, 195-210.

Mervielde, I., & De Fruyt, F. (1999). Construction of the Hierarchical Personality Inventory for Children (HiPIC). In I. Mervielde, I. Deary, F. De Fruyt, & F. Ostendorf (Eds.). Personality Psychology in Europe. Proceedings of the Eighth European Conference on personality psychology (pp. 107-127). Tilburg, Netherlands: Tilburg University Press.

Mervielde, I., Buyst, V., & De Fruyt, F. (1995). The validity of the Big Five as a model for teachers' ratings of individual differences in children aged 4 to 12. Personality and Individual Differences, 18, 525-534.

Ormel, J. & Wohlfarth, T. (1991) How Neuroticism, long-term difficulties, and changes in quality of life affect psychological distress. A longitudinal approach. Journal of Persona≠lity and Social Psychology, 60, 744-755.